Wie is verantwoordelijk voor inleenkrachten


Onlangs deed een rechtbank in het zuiden des lands een uitspraak over de vraag wie verantwoordelijk is voor de kwaliteit van het werk dat is verricht door ingeleende arbeidskrachten. Het ging om het volgende. Een schildersbedrijf kreeg opdracht tot het schilderen van een aantal etagewoningen. Daarvoor had het bedrijf zelf op dat moment onvoldoende personeel. Het schildersbedrijf wendde zich daarom tot een uitlener van personeel. Het schildersbedrijf sloot daarmee een contract om twee, in dit geval Duitse,schilders ter beschikking te stellen. Nadat het werk was voltooid bleek, dat de ingeleende schilders naar het oordeel van de inlener ondeugdelijke werk hadden geleverd en schade hadden veroorzaakt. Bij het schuren van de kozijnen was het schuurpapier zodanig vastgehouden dat een groot aantal ruiten was meegeschuurd en er vele krassen op waren ontstaan. Het schildersbedrijf moest daarom van haar opdrachtgever een groot aantal ruiten vervangen. Een flinke schadepost dus.

oordeel van het schildersbedrijf
Het schildersbedrijf meende een deel van de schade te kunnen verhalen op de uitlener van de twee ingeleende schilders door de schade te verrekenen met de factuur van de uitlener. De uitlener had immers schilders ter beschikking gesteld die niet over voldoende vakbekwaamheid beschikten. Bovendien is de uitlener zoals bij elk ander uitzendbureau formeel de werkgever van de uitgeleende schilders en als werkgever ook verantwoordelijk voor de kwaliteit van het geleverde werk.

oordeel van de uitlener
De uitlener stelde echter een vordering in tegen de inlener, omdat de factuur niet was voldaan voor het ter beschikking stellen van de twee arbeidskrachten. Voorts was de uitlener van oordeel, dat zij niet verantwoordelijk was voor de kwaliteit van het werk, dat door de beide schilders was verricht. Zij hoefde alleen de beide schilders ter beschikking te stellen. Naar het oordeel van de uitlener had het schildersbedrijf onvoldoende toezicht gehouden op het werk van de beide schilders.

oordeel van de rechter
De zaak werd aan de rechter voorgelegd en deze oordeelde, dat de uitlener verplicht is zich in te spannen om aan de inlener schilders ter beschikking te stellen. Daarbij hoort ook, dat de uitlener verplicht is om alleen die arbeidskrachten ter beschikking te stellen, die op grond van opleiding en ervaring in aanmerking komen voor het verrichten van het schilderwerk. Indien echter het werk niet naar behoren is verricht en er dardoor schade is ontstaan, wil dat echter nog niet zeggen, dat de betreffende schilders niet voldoende gekwalificeerd waren. Tijdens de procedure bleek dat het in dit geval ging om twee in Duitsland opgeleide "Meistermaler". Zij zouden daardoor voldoen aan hoogwaardige Duitse vaknormen. De rechter oordeelt, dat het niet de taak is van het uitzendbureau om de vakbekwaamheid van de arbeidskrachten vooraf te onderzoeken. Dat ligt meer op de weg van de inlener, omdat die precies weet voor welke klus hij de arbeidskrachten nodig heeft. Hij moet ook het beste in staat worden geacht om de capaciteiten van de arbeidskrachten te beoordelen. De taak van het uitzendbureau is meer gelegen in het controleren of de arbeidskrachten beschikken over de opgegeven diploma's en werkervaring. Aangezien dat wel het geval was, kon in deze zaak de uitlener geen verwijt worden gemaakt en moest het inlenende schildersbedrijf de schade volledig zelf dragen en de factuur van de uitlener voldoen.

conclusie
Conclusie is, dat de uitlener niet aansprakelijk is voor de door de twee schilders veroorzaakte schade. Verhaal achteraf op de schilders zelf is ook niet goed mogelijk, omdat zij immers niet in loondienst zijn bij het schildersbedrijf. Het schildersbedrijf blijft dus zelf met de schade zitten. Schildersbedrijven die gebruik maken van ingeleende arbeidskrachten dienen zich van deze risico's goed bewust te zijn en zich daartegen goed te verzekeren.

(gepubliceerd in FOSAG Actueel 12 december 2005)

Lees artikel.

Terug naar publicaties.