Meerwerk


Meerwerk altijd schriftelijk vastleggen

Met enige regelmaat ontstaan er juridische problemen over de betaling van meerwerk. Soms wordt er ontkend door de opdrachtgever, dat er opdracht voor het meerwerk is gegeven. Soms is er verschil van mening of het verrichte werk behoort tot het overeengekomen werk of dat het echt meerwerk is of er is discussie over de prijs die daarvoor is afgesproken. Ook komt het voor, dat iemand anders, bij voorbeeld de architect, opdracht heeft gegeven voor het meerwerk. Daarom maar eens een kijkje in de wetboeken en de algemene voorwaarden genomen om te zien wat er zoal over het meerwerk is geregeld.

Wanneer we eerst de wetboeken raadplegen, dan zien we, dat op 1 september 2003 in Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek een twintigtal artikelen is opgenomen, waarin de overeenkomst aanneming van werk is geregeld. Het heeft ruim dertig jaar geduurd, voordat de oude en summiere wettelijke regeling over aanneming van werk werd vervangen. Het voorontwerp stamde al uit 1972. In april 1993 is het wetsontwerp ingediend en pas 10 jaar later dus op 1 september 2003 in werking getreden.

Aanneming van werk komt natuurlijk het meest in de bouw voor. Naast de bouw zelf worden echter ook reparatie- en onderhoudswerkzaamheden aan onroerend goed tot aanneming van werk gerekend. Het verrichten van schilder-, afbouw- en onderhoudswerkzaamheden aan onroerend goed behoort dus ook tot de overeenkomst aanneming van werk. Het voldoet immers aan de door de wet daarvoor gestelde drie criteria: de aannemer verbindt zich jegens de opdrachtgever om 1) buiten dienstbetrekking 2) een werk van stoffelijke aard tot stand te brengen 3) tegen een door de opdrachtgever te betalen prijs. Daarmee is de aanneming van werk afgebakend ten opzichte van de arbeidsovereenkomst en de overeenkomst van opdracht. De opdrachtgever kan dus zowel een consument zijn als een hoofdaannemer, die het schilderwerk in onderaanneming uitbesteedt.

In artikel 755 staat vervolgens over meerwerk te lezen, dat in geval van door de opdrachtgever gewenste toevoegingen of veranderingen in het overeengekomen werk de aannemer slechts dan een verhoging van de prijs kan vorderen, wanneer hij de opdrachtgever tijdig heeft gewezen op de noodzaak van een daaruit voortvloeiende prijsverhoging, tenzij de opdrachtgever die noodzaak uit zichzelf had moeten begrijpen. Van deze bepaling kan niet ten nadele van de opdrachtgever worden afgeweken, behoudens bij een standaardregeling. Algemene voorwaarden zijn geen standaardregeling. De (onder)aannemer moet dus kunnen bewijzen, dat hij de opdrachtgever heeft gewezen op de noodzaak van de prijsverhoging als gevolg van het meerwerk. Dat kan niet meer achteraf want de opdrachtgever moet in de gelegenheid zijn geweest om af te zien van het meerwerk in verband met de financiële gevolgen.

Het kan natuurlijk voorkomen, dat een opdrachtgever hoofdaannemer is van een bouwproject en tussen de opdrachtgever en de schilder, hetzij de Fosag algemene voorwaarden voor de zakelijke markt van toepassing zijn, hetzij de UAV 1989. Indien de UAV 1989 van toepassing zijn op de overeenkomst tussen de schilder en de opdrachtgever , dan zien we in § 35 van de UAV 1989 eveneens een regeling staan over meerwerk. Daaruit blijkt direct de centrale van het bestek in de bouw en dus ook inde UAV. In de toelichting bij de UAV wordt meerwerk gedefinieerd als een verrichting van de aannemer die uitgaat boven zijn verplichting om het in het bestek omschreven werk uit te voeren, zodat de aannemer voor het doen van deze verrichting recht heeft op bijbetaling.

Het oude recht, artikel 7A: 1646 van het Burgerlijk Wetboek, ging er nog van uit, dat de "ondeskundige opdrachtgever" beschermd diende te worden. Toen was meerwerk alleen rechtsgeldig overeen gekomen, indien er sprake was van een schriftelijke opdracht en er overeenstemming bestond over de over de prijs. Dat is dus nu niet meer het geval. In de algemene voorwaarden van de Fosag voor de zakelijke markt is meerwerk geregeld in artikel 4. Daarin is de zaak omgekeerd. Meerwerk is altijd toegestaan, tenzij partijen schriftelijk anders zijn overeen gekomen. Het is dus van groot belang om zich er vooraf goed van bewust te zijn door welke regeling de overeenkomst tussen opdrachtgever en schilder wordt beheerst, Fosag voorwaarden, UAV, alleen de wet of bepalingen in de overeenkomst zelf.

Tenslotte is vermeldenswaard, dat, indien een architect als directeur van een bouwproject opdracht geeft tot het verrichten van meerwerk, het zo kan zijn, dat de opdracht rechtsgeldig is gegeven ook al wist de opdrachtgever zelf van niets. Indien de architect buiten zijn boekje is gegaan, is dat vooral een probleem tussen de architect en de opdrachtgever, waar de schilder buiten staat.

(1 maart 2005, gepubliceerd in FOSAG Actueel nr. 4 2005 )

Lees artikel.

Terug naar publicaties.